Voor welke bedrijven geldt de Onderzoeksplicht?
De Onderzoeksplicht Energiebesparing, die is gekoppeld aan de energiebesparingsplicht uit het Besluit activiteiten leefomgeving, geldt vanaf 2023 voor bedrijven die jaarlijks meer dan 10 miljoen KWh elektriciteit of 170.000 m3 aardgas (equivalent) gebruiken.
Daarnaast is de Onderzoeksplicht verplicht voor bedrijven waarvoor het Rijk de milieuregels bepaalt. Zij moeten hierdoor eens in de 4 jaar onderzoeken welke energiebesparende maatregelen zij kunnen nemen en rapporteren welke maatregelen ze reeds genomen hebben. Voor deze inventarisatie stelt RVO een basislijst met maatregelen beschikbaar.
Onderdelen uit de Onderzoeksplicht
Omdat de CO₂-Prestatieladder ook vraagt om deze maatregelen in kaart te brengen, hoeven certificaathouders volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) alleen nog te voldoen aan de volgende onderdelen uit de Onderzoeksplicht:
• Onderdeel 3: een beschrijving en onderbouwing van de uitgevoerde maatregelen;
• Onderdeel 6: een inventarisatie van de kosteneffectieve CO₂-reducerende maatregelen;
• Onderdeel 8: een uitvoeringsplan;
En onderdeel 4 en 5 gedeeltelijk, namelijk enkel nog:
• Onderdeel 4: een opgave van de onbenutte warmtestromen;
• Onderdeel 5: de scan naar de technische isolatie, de analyse van de elektrische aandrijfsystemen en de spiegeling met de basislijst energiebesparende maatregelen.
Energy Efficiency Directive
Met deze erkenning van de RVO is de CO₂-Prestatieladder een alternatief voor twee soorten wetgeving, namelijk de eerder genoemde Onderzoeksplicht Energiebesparing én de audit in het kader van de Energy Efficiency Directive (EED). Lees voor meer informatie over de CO₂-Prestatieladder en de EED ons artikel uit 2016.
Wil je meer weten over de Onderzoeksplicht Energiebesparing en de voorwaarden voor de alternatieve invulling? Kijk dan op de website van RVO.